een gruweldicht
I
smeren met de verzoening van
zijn maternale aandoenlijkheid
op mijn borsten die scheuren
open tot pezen verstrammen en
mijn kaken de poel willen kouten
II
zacht in drassig gifgrond sproei
ik sputum als baarbloed over lakens
van wit als git in ogen van inkt in
slapen tot de zon zich verhangt
als kaarsen van een doof stramien
III
de huid verschaalt de rimpels
verstrakken tot moeten in spek
ik spaar mijn centen tot zij zweven
in een klauw die als vleugels kan
graaien in hout en aardespoel