Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘alexander baneman’

een gruweldicht

nog even blubberen in koud vlees

door een deur die scheurt in welvertrouwen
moet opbouwen het sneeuwende hart
hij beziet de boeken in geel en een spuugbeeld
met voeten zwart als leer ligt hij daar
likdoorns te groeven en hamertenen
bedienen nimmer de benen in snaar

hij vindt het wel weer de houten lepel
klem in stalen kaken ze strekken strak
in blauwe pezen met spul dat braakt
zuur gezicht met varkenskijkers op
lauw ze zal zijn klopping niet raken
bedenkt zij zich met een haat in knauw

Advertenties

Read Full Post »

een gruweldicht

Voor Samora Methorst

I

de menner staakt hier in vlammend
steengruis speelt de stemmen

II

zij lacht om te glimmen in een
smuikende bruinglans de boren
te imiteren zij loopt met voeten
in de was van reutelen in harde
kauwgum ter veroordeling roepen

III

zij ademt de vadems van mijn
woorden zullen snoeven en blijven
zweten als ik om de hete tong tetter
het ingesleten pad voorga en achter
niet vrees te bespuwen in spuizucht

IV

maar zij spreekt als ik kom
berg de ballonnen vol levenslucht
tot schuilkelders waar het sneert
en dan verstart zij in haar wezen
vervormt van insect tot gruwel

V

de menner dicht en plengt wat water
verlaat de stage de voeten volgen later

Read Full Post »

een gruweldicht

langs de paden van verdorde vogeltjes met houten poten
wacht ik in de pijnboom op pleuris voor pokkenkauwen
met git in de kop en zwaarden van zwavel in scheepsmondjes
om te roeren de stofzuiger met piepende propwieltjes

het bed van stenen is de laatste
rustplaats van haren uit het hoofd
en mokkende murmels vocht van
een veer uit dronken dorgrond

plankjes knakken onder de gele borstjes vandaan
met dank aan de serieuze stenen van de zwarte
grollen in het rokende roergebied onder bomen
van schnitzels als schreeuwende wonden

het bed van stenen is de laatste
rustplaats van haren uit het hoofd
en mokkende murmels vocht van
een veer uit dronken dorgrond

schellen in de gang en schuifels achter de deur
zachte wolken van duistere pakkingen in mannetjes
van dentaalwit boven de daken git gescheurd wol
uit oma’s winkeltje achter de schelmen stammen

het bed van stenen is de laatste
rustplaats van haren uit het hoofd
en mokkende murmels vocht van
een veer uit dronken dorgrond

ik dacht aan de boom en zag haar vallen met het
metaal en geel als inhoud voor een maandstond
aan vallende bloedziektes zo met van die trillingen
varkensvlees op de grote korrel de muren spuwden

het bed van stenen is de laatste
rustplaats van haren uit het hoofd
en mokkende murmels vocht van
een veer uit dronken dorgrond

Read Full Post »

een gruweldicht

‘Het was niet zoals andere voorwerpen op de binnenplaats, in ondoordringbare duisternis gehuld, maar er straalde een
naargeestig licht van uit, als van een bedorven kreeft in een donkere kelder.’
Charles Dickens, ‘Een kerstzang in proza’.

                                de geeuw
van een bril zonder glazen
onder blauw licht van de
drie broeders tot ogen
geroepen zij blazen het
schaafsel voor het kelen
vermurwd in de nevels
van het klokkenspel

                                de geur
van tanden achter slot
en grendel de lichte voeten
van opgespoten maters
zie ik galopperen in gas
ik ruik niets mijn kijkers
te leen aan bosjes hulst
achter bij de huig

Read Full Post »

een gruweldicht

Voor I.

goudgeluimde snippers dag nassen als nagels kleefsels jicht
zwart krassen ze in de wissels van het moeten ze kreunen
verdomd ik rijt de kleur aan reten met schwalbes van onbenul
en stoffeer de nacht met pareltjes pracht als lange scheurtanden
van heintje zonder mama met die banden van arabisch goed
                          wie vraag ik
heeft geklopt met de hand in een envelop van vergane uren en
lust en kramp en kwel en tevree dat is zeker niet lachen
kots en gaap nu ginnegap mijn naam is virus ik kom in
macabere mantels mooi van fluweel uit nevels naargeestig neergaan

                          in doorregen druppels
als langzaam scheren over de stoppelwang van de gier niet
zomaar verdonkeren en verdonkeremanen als het balm in zweet
van de hand van nu het doek werpen nee nee nee ik zeg pas
op kleine kuikentjes met krulspelden en kriekenbier daar seist de
boot niet door golven gerommeld en geborreld maar als een hulk
hupt het van hopstaakje door de lucht schreeuwt om te scharrelen
scheert nu ook ja het staat voor de deur te rammelen en te
rotzooien en te rukken aan een spuitgrage reuzenroede van roest
zo zwart als zweren op de zwengel immer op de punt van de punter

Read Full Post »

een gruweldicht

‘Ik zou hun graag willen laten geloven dat ik in zekere zin de slaaf ben geweest van omstandigheden die de menselijke macht te boven gaan.’
Edgar Allan Poe, ‘William Wilson’.

als de man die vaak tot sodom roept
struif ik door de stegen van gladde lappen
onder het zeik van boombast tot groene plak
verheven en een silhouet van rode kool leeft
ik hoor lolitalulletjes kraaien en mestkevers
van gegoede afkomst in de lichte kringen
die niet branden kunnen spelen met een
feminien hart als mijn schaduw wordt gevonden

Read Full Post »

een gruweldicht

I

smeren met de verzoening van
zijn maternale aandoenlijkheid
op mijn borsten die scheuren
open tot pezen verstrammen en
mijn kaken de poel willen kouten

II

zacht in drassig gifgrond sproei
ik sputum als baarbloed over lakens
van wit als git in ogen van inkt in
slapen tot de zon zich verhangt
als kaarsen van een doof stramien

III

de huid verschaalt de rimpels
verstrakken tot moeten in spek
ik spaar mijn centen tot zij zweven
in een klauw die als vleugels kan
graaien in hout en aardespoel

Read Full Post »

Older Posts »